Een mysterieuze vrouw gehuld in een sterrenmantel weeft een gloeiende draad die zich verbindt met een web van tijd en gebeurtenissen. In haar hand rust een zandloper, terwijl de schemering het landschap om haar heen in gouden en blauwe stilte hult.
In de avond van het leven
wanneer het licht zachter valt
en de dag zijn scherpte verliest,
tekent het noodlot zijn schaduw.
Niet als een dreiging, maar als vorm
die eindelijk zichtbaar wordt.
Het spreekt niet in bevelen,
maar in verbanden.
In de stille ordening
van wat ons overkwam,
wat wij dachten te kiezen
en ons allang had gekozen.
Als een patroon dat zich pas weeft
wanneer de draad al is gelegd.
Wij lopen vooruit,
maar het noodlot kijkt achterom.
Leest de lijnen die wij niet zien,
maar die al in ons besloten liggen
Ooit noemde men het een wet,
een kosmische bedding
waarin zelfs goden hun plaats kenden.
Waar de tijd zich omdraait:
namen als oorzaak, toeval, samenloop.
Maar de naam verandert de schaduw niet.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten