Schilderij getiteld: Vrede in blauwe stilte, Mieke van Ameijde, Acryl op linnen, 60x80 cm.
Ik probeer met dit essay een prozaïsch verslag te maken van een schilderij waar ik een speciaal gevoel bij heb. Mieke heeft dit in 2001 intuïtief geschilderd.
Het blauwwitte doek dat ons Mieke heeft geschilderd ademt een stille, bijna meditatieve spanning, alsof twee werelden elkaar raken zonder elkaar werkelijk te verstoren. In de zachte wisselwerking tussen blauw en wit ontstaat een ruimte die niet zozeer een plek is, maar een gemoedstoestand. De vogel, met zijn gespreide vleugels en zijn vloeiende, bijna muzikale lijnen, lijkt niet te vliegen maar te ontstaan, als een gedachte die zich losmaakt uit de diepte van een innerlijk landschap. Het humane gelaat, met gesloten ogen en een contour die nauwelijks meer is dan een suggestie, vormt het ankerpunt van deze wereld. Het is een gezicht dat niet kijkt, maar voelt en de expressie van dit voelen is heel sterk. Het voelende gelaat observeert niet, maar laat toe. De sereniteit van de gesloten ogen contrasteert met de beweging van de vogel, waardoor een subtiel spel ontstaat tussen rust en dynamiek, tussen het innerlijke en het uiterlijke, tussen droom en ontwaken.
In de vogelvorm zit iets dat doet denken aan een hoofdje, klein en rond, bijna verscholen in de beweging van de vleugel. Het is alsof deze vogel niet alleen een dierlijke gestalte heeft, maar ook een subtiel menselijk of spiritueel aspect met zich meedraagt. Wanneer je dat kleine hoofdje eenmaal ziet, verandert de betekenis van het schilderij. De vogel wordt dan niet alleen een symbool van vrijheid of beweging, maar ook drager van bewustzijn. Het is alsof er een tweede aanwezigheid in het werk zit, een stille passagier die meevliegt, meekijkt of misschien zelfs de innerlijke stem van de figuur met de gesloten ogen vertegenwoordigt. Het kan ook suggereren dat de vogel niet losstaat van de mensfiguur, maar een deel van haar is. Een soort innerlijk wezen, een gedachte, een liefdevolle herinnering of een beschermende kracht. Dat verborgen, kleine hoofdje maakt de vogel minder abstract en meer figuratief, alsof het een eigen identiteit heeft binnen het schilderij.
Een vrouwelijk gezicht verschijnt uit de zee van blauw, als een droom. De keuze van een beperkt palet versterkt dit effect. Blauw, in al zijn schakeringen, draagt een eeuwenoude symboliek van verdriet of melancholie, diepte, innerlijke stilte, oneindigheid, rust en spiritualiteit. Het is de kleur van de lucht, van water dat gedachten weerspiegelt, van afstand en verlangen. Wit brengt licht binnen, maar geen fel licht; eerder het soort licht dat door een dun gordijn valt, wat je als getemperd licht zou kunnen benoemen, zacht en vergevingsgezind. Samen creëren ze een sfeer waarin de grens tussen vorm en gevoel vervaagt. De penseelstreken zijn zichtbaar, soms haast impulsief, alsof Mieke niet schildert om te definiëren maar om te laten ontstaan, niet om te beheersen, maar om te bevrijden. Haar werk lijkt zeker niet te streven naar perfectie, maar naar echtheid, naar een moment waarin iets essentieels zich toont zonder zich volledig prijs te geven. Het doek voelt daardoor niet bedacht, maar intuïtief geboren, als een moment waarin iets innerlijks wordt losgelaten in de buitenwereld.
De relatie tussen de vogel en het gezicht is misschien wel het meest intrigerende element. Ze lijken niet los van elkaar te bestaan. De vogel zou een herinnering kunnen zijn, een verlangen, een gedachte die vleugels krijgt. Even goed kan hij een symbool zijn van vrijheid die nog niet is bereikt, of juist van vrijheid die van binnenuit groeit. Het kleine gezichtje in de vogel, roept de suggestie van een innerlijke dialoog op. Misschien is de vogel een herinnering die nog een stem zoekt, of een beschermende kracht die zich voorzichtig toont. Mogelijk is het een deel van de mensfiguur dat zich losmaakt, een gedachte die vleugels krijgt, een verlangen dat vorm aanneemt. Maar het schilderij dwingt geen interpretatie af, nee het nodigt uit tot kijken en opnieuw kijken, tot het toelaten van wat zich aandient zonder het meteen te willen begrijpen. Het vraagt om resonantie.
Het gezicht, zo stil en gesloten, lijkt dit alles te dragen zonder het te benoemen. Het is een stilte die niet leeg is, maar vol van ingehouden emoties. Een stilte waarin iets broeit, iets dat zich nog niet met taal heeft kunnen verbinden. De vogel fungeert dan misschien als eerste klank van die taal, een ingehouden beweging die zijn stilte niet verbreekt maar verdiept.
Ook de eenvoudige signatuur "Mieke ", geeft het geheel een persoonlijke, bijna intieme lading. Het voelt alsof de schilderes zich niet verschuilt achter een kunstzinnig masker, maar vanuit een oprechte innerlijke beweging heeft gewerkt. Het geheel krijgt daardoor de kwaliteit van een intuïtief verhaal, dat niet geheel verteld hoeft te worden om betekenisvol te zijn.
In de combinatie van stilte en beweging, van het gesloten gezicht en de vogel met zijn verborgen hoofdje, ontstaat een beeld dat blijft hangen, dat zich geleidelijk ontvouwt en dat mij uitnodigt om eigen gedachten en gevoelens in de open ruimte van het doek te laten meebewegen. Het blijft voor mij een boeiend werk, waar ik vaak naar kijk. Het fluistert soms mijn naam, zacht resonerend en onverklaarbaar.
J.J.v.Verre.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten