Op de middelvinger rust een klein hagedisje, nauwelijks groter dan een sprankje zomerlicht. Zijn schutkleur omarmt de tinten groen van de omgeving, alsof hij door de aarde zelf is geschilderd. Het fragiele lijfje vertrouwt zich toe aan de stille hand en tussen huid en schubben lijkt even geen grens te bestaan. Alleen de zachte belofte dat zelfs dit kleine leven veilig in liefde kan rusten.
Liefdesgedicht
je ogen zijn geen vensters
maar vragen zonder antwoord
waar mijn ziel in rondwaart
als zoutkorrels in de oceaan
in elke blik een bewijs
dat oneindigheid voelbaar is
wij zijn twee gedachten
die elkaar toevallig droomden
maar in dat toeval schuilt
een wet die niemand kent
waar tijd zich om ons buigt
als boog naar zijn eigen pijl
indien het licht ooit dooft
zal ik jou nog herkennen
in die stilte tussen woorden
in die adem van de wind
want liefde kent geen einde
maar alleen een nieuw begin
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten