Een vlieg die aan de buitenkant van het raam zit - zo'n klein, haast achteloos wezen - kan ineens een stille openbaring worden.
Ze rust daar als een punt van leven tegen het glas, een miniatuurreiziger die even pauzeert tussen hemel en kamer. Haar vleugels trillen nog zacht in het bewolkte licht, alsof ze een boodschap draagt die te licht is om in woorden te bestaan. Buiten strekt de wereld zich uit in wind, regen en ruimte; binnen heerst de besloten vredigheid van het huis. En precies op die grens, waar binnen en buiten elkaar raken zonder zich te vermengen, houdt zij haar wacht.
Het is een moment dat niets vraagt en toch iets zegt: hoe zelfs het kleinste leven een glans kan werpen op een druilerige dag. Hoe een vlieg - eenvoudig en onopvallend - ons kan leren het gewone als iets wonderlijks te zien.
Ze blijft daar zitten, een stip van beweging in een wereld die bijna te groot lijkt voor haar fragiele lijfje. Af en toe trilt ze even, maar ze verandert niet van plaats. Alsof ze de warmte van het glas koestert en luistert naar de stille adem van de kamer aan de andere kant. Haar pootjes tasten het ruitoppervlak af met een bijna rituele voorzichtigheid: een klein dansje dat niemand ziet en toch zijn eigen betekenis lijkt te dragen.
De buitenlucht strijkt langs haar lichaam. Een vleugelrand vangt het licht, en op het glas verschijnt een zilveren zweem die even op een gedachte lijkt - vluchtig, helder, meteen weer verdwenen.
Ze is een reiziger zonder bestemming, een klein wezen dat de grens tussen binnen en buiten bewaakt zonder te weten dat die grens bestaat.
En terwijl je kijkt, wordt het moment langzaam iets anders. Het verdiept zich tot een stille meditatie, een zachte herinnering dat het leven zich vaak juist toont in het kleinste en meest onopvallende.
Een vlieg die even pauzeert op het raam.
Meer is er niet nodig om de wereld voor een ogenblik open te breken tot een klein wonder.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten