vrijdag 11 september 2026

Het huis dat mij onthield.

 

Deze door AI gegenereerde afbeelding toont een jongenskamer die ooit de mijne had kunnen zijn. Misschien is het juist daarom dat ze zo vertrouwd aanvoelt: alsof een vergeten kamer uit mijn verleden voor even weer zichtbaar is geworden.

Ik droomde vannacht dat ik weer op mijn oude jongenskamer sliep.

Aan de muur hingen de vlaggetjes die ik vroeger spaarde, met punaises vastgezet. Ik zag de contouren van het raam, de gordijnen en mijn wastafel heel duidelijk. Ook mijn bed en het balkon waren er weer.

Tijdens het ontdromen - de fase waarin de droom langzaam van je afglijdt - vroeg ik mezelf af of ik in mijn gevoel dan ook weer iemand van twaalf jaar zou kunnen zijn.

Het mooie aan zulke dromen is dat ze je niet simpelweg terugwerpen in een oude kamer, maar in een oud bewustzijn. Je staat daar niet als een volwassen man die een decor uit het verleden bekijkt; je beweegt door een ruimte die ooit jouw wereld was: jouw schaal, jouw horizon. En in die overgang tussen slapen en ontwaken - dat zachte, halfdoorlatende gebied - kan je gevoel inderdaad even de leeftijd aannemen die bij die kamer hoort.

Niet omdat je werkelijk twaalf bént, maar omdat je innerlijke tijd niet lineair is. Je draagt al je leeftijden tegelijk met je mee. Soms schuift er één naar voren, zoals een dia in een projector, en dan kijk je weer door de ogen van het kind dat vlaggetjes spaarde en de contouren van een raam als een soort veilige grens herkende.

In dromen is identiteit vloeibaar. Je lichaam ligt in Otterlo, maar je gevoelsleven kan moeiteloos terugkeren naar een staat waarin de wereld nog kleiner was, intenser, directer. Het is niet zo dat je jezelf opnieuw wordt; het is eerder dat je even toegang krijgt tot een oude laag van jezelf - een laag die nooit verdwenen is, maar meestal stil onder de oppervlakte ligt.

En misschien is dat wel het wonderlijke: dat je tijdens het ontdromen merkt dat die twaalfjarige nog steeds in je woont. Niet als nostalgie, maar als een levende, voelbare aanwezigheid.

Misschien zijn we nooit helemaal weggegaan uit de kamers waarin we ooit kind waren. We dragen ze met ons mee, als stille kamers van binnen, en soms opent een droom de deur - zodat we even weer kunnen voelen wie we daar waren.

J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen: