een oude hand
die naar mij wijst,
vergeelde vingers
van saffraanrijst
in lotushouding,
een gerimpeld gelaat,
tandeloos, bedelend
langs de drukke straat
kleurrijk Mumbai,
de stad die ons verwacht
op de toeristenwijzer
die armoede verzacht
magere kinderen
klampen ons aan;
hun ogen blijven achter
wanneer wij verdergaan
ze dragen voetbalhelden
op shirtjes die misstaan,
als verdorde velden
waar gewas bleef staan
ik voel mij teveel
in deze ongelijke stad,
geland als een mens
in het riool van een rat
wie ben ik daar?
ik ben Zijn
in verwondering
en in gedragen pijn
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten